Jo Nijpels 2
Op een ochtend gaat de telefoon bij Lumière. Voor Jo Nijpels kon de dag niet vroeg genoeg beginnen om zijn verhaal te delen. “Ik las jullie stoelenactie in de krant en ik kon niet meer wachten”, laat hij ons weten. “Mijn zus en ik willen een stoel kopen als eerbetoon aan onze vader die in de Sphinx heeft gewerkt. Eerst als stoker in het ketelhuis en later als machinist in de elektrische centrale waar nu het restaurant van Lumière komt.” Nog diezelfde dag testen Jo en zijn zus uitgebreid de nieuwe bioscoopstoelen in de foyer van het huidige filmtheater aan de Bogaardenstraat.

De Brom
Vader Cornelis Nijpels, Nelis voor familie en vrienden, was een jongetje van 15 toen hij bij de Sphinxfabrieken in dienst trad als stoker in het ketelhuis. Kolen in de oven stoppen was een belangrijke taak. Want daarmee hield de jonge Nelis de hele fabriek draaiende. Jaren sjouwde hij met het zwarte goud en hield hij in ploegendiensten alles op temperatuur.
Bijkomende taak was het handmatig bedienen van de stoomfluit die het signaal gaf voor het begin en het einde van de diensten. Een zwaar, brommend geluid waar de stoomfluit zijn bijnaam De Brom aan te danken had. Onder het mom ‘Zoals de Sphinx bromt, bromt het nergens’ zetten Maastrichtenaren er thuis hun klok mee gelijk want het geluid was tot in de verre omtrek te horen. In Amby alleen als er een Westenwind stond. Dan wisten de huisvrouwen genoeg: de was moest naar binnen want bij Westenwind was er regen in aantocht. En met Oud & Nieuw was het feest, dan mocht de dienstdoende arbeider met twee minuten ‘brommen’ het nieuwe jaar inluiden.

foto: www.philipdriessen.com

foto: www.philipdriessen.com

Overleefd
Nelis maakte de overstap naar de moderne tijd nog mee. De kolenoven werd vervangen door een hypermoderne stoommachine. Gedaan was het sjouwen met kolen. Want met een druk op de knop kon je nu alles programmeren. Op aandringen van de stokers heeft De Brom de modernisering overleefd. Jo heeft er nog een anekdote over. Op de ochtend van 26 maart 1968 brak de kabel van de handmatige stoomfluit en slingerde zijn vader enkele meters door de fabriekshal. Twee weken zat Nelis thuis met een lichte hersenschudding. Gelukkig was hij niet helemaal uitgeschakeld. Vanuit zijn bed kon hij immers het oude vertrouwde geluid van De Brom gewoon horen. Om veertien dagen later onverminderd enthousiast zelf de hendel weer ter hand te nemen, onderwijl zijn favoriete carnavalsliedje neuriënd: “Diech bis op d’n köpke gevallen.”

Aandenken
Op de plek waar vroeger de stoom werd opgedreven, rinkelen straks de glazen en stroomt het bier van de tap. De stoomketels zijn verwijderd om plaats te maken voor een prominente toog voor Café Restaurant Lumière. De Brom doorstaat ook deze keer alle veranderingen. De ketels hebben dan het veld moeten ruimen, maar de stoomfluit siert straks het interieur als waardig symbool van het illustere verleden van de Sphinx. Een mooi aandenken. Net als de stoel voor Nelis.

2518

Categories: Nieuws